ArtisC. maakt kunst toegankelijk voor iedereen. Verbindt musea, kunstenaars, kunstliefhebbers en media.

Charlotte Fijen

Independent art historian

06 23 59 96 83
charlotte@artisc.nl

Tess van Barneveld, 'Nobody but Me is Gonna Change My Story', 2026. Foto: Tess van Barneveld

Eindexamenbijlage 2026

Tess van Barneveld

Tess van Barneveld, 'Nobody but Me is Gonna Change My Story', 2026. Foto: Tess van Barneveld
Tess van Barneveld, 'Nobody but Me is Gonna Change My Story', 2026. Foto: Tess van Barneveld

Een jonge vrouw zit op de grond en leest een boek. Ze is gekleed in het uniform van de brandweer: zwart pak, gele helm. Om haar heen liggen verschillende boeken opengeslagen, alsof ze allemaal tegelijkertijd worden gelezen.

De jonge vrouw is Tess van Barneveld zelf. In haar videowerk Nobody but Me is Gonna Change My Story filmt ze zichzelf tijdens het lezen van vier boeken: Matilda van Roald Dahl, Fahrenheit 451 van Ray Bradbury, Fight Club van Chuck Palahniuk en Convenience Store Woman van Sayaka Murata. Elke video duurt precies zo lang als het Van Barneveld kost om het betreffende boek in één ruk uit te lezen. Voor Fahrenheit 451 – het Amerikaanse sciencefictionboek waarin de hoofdpersoon als brandweerman werkt, vandaar het brandweeruniform – betekent dat ruim vier uur.

Nobody but Me is Gonna Change My Story is een oefening in concentratie. Het werk brengt Van Barnevelds zoektocht naar het hervinden van aandacht voor lezen in beeld: een doorlopend proces dat tijd en toewijding vraagt. Als kind las ze dagelijks, als jongvolwassene nauwelijks. Tv-schermen, telefoons, streamingdiensten, sociale media: allemaal leiden ze de aandacht af van lezen. Zonde, vindt Van Barneveld. ‘Lezen is goed voor je mentale gezondheid, sociale ontwikkeling en verbeeldingskracht.’

Het verplaatsen in de personages uit de boeken is een belangrijk element in het werk. ‘Het legt het spanningsveld bloot tussen diepe concentratie en afdwalende gedachten’, vertelt ze. ‘Aan het begin van elke video doe ik mijn best om me zoveel mogelijk te gedragen als het hoofdpersonage, maar hoe langer ik lees, hoe meer ik weer verander in mezelf.’

Het tweede werk dat Van Barneveld presenteert vloeit voort uit haar filmische vierluik. De avonden is een participatief project dat bedoeld is om jongeren al lezend samen te brengen. Vernoemd naar het gelijknamige boek van Gerard Reve, waarin de hoofdpersoon een eenzaam bestaan leidt, onderzoekt Van Barneveld juist de verbindende kracht van samen lezen. Lezen is daardoor niet langer alleen een individuele bezigheid, maar ook een sociale activiteit.

Brennah Alfonso


Brennah Alfonso, 'Niet op onze stoelen zitten a.u.b.', 2026. Foto: Jostijn Ligtvoet
Brennah Alfonso, 'Niet op onze stoelen zitten a.u.b.', 2026. Foto: Jostijn Ligtvoet

Brennah Alfonso presenteert vier Monobloc-stoelen die van boven tot onder zijn beplakt met foto’s. Ze zijn opgesteld in een kruisvorm, met de zittingen naar elkaar toe. Het lijkt alsof ze in een conversatie verwikkeld zijn die zich niet in woorden, maar in beelden afspeelt. Wie dacht even rustig te gaan zitten om haar werk zorgvuldig te bekijken, heeft het mis: Niet op onze stoelen zitten a.u.b., waarschuwt de titel van het werk.

De Monobloc – het bestverkochte meubelstuk ooit – staat voor Alfonso symbool voor thuis. Ze groeide op Curaçao op, waar de witte kunststof stoel overal aanwezig is: in wachtruimtes, lokale restaurants en op veranda’s. Hij is de stille getuige van vele momenten van wachten, lachen, praten, eten en samenkomen. ‘Op Curaçao voel ik me thuis, maar in Nederland pas ik me constant aan om erbij te horen. Als ik aan de Monobloc denk, zie ik mijn oma op haar balkon zitten. Al die herinneringen geven de stoel voor mij een gelaagde betekenis.’

Vanuit deze persoonlijke herinnering opent Alfonso een gesprek over het innemen van ruimte. Elke stoel van Niet op onze stoelen zitten a.u.b. verwijst naar een van haar voorouders en bevat foto’s van haar overgrootmoeder, grootmoeder en moeder. Het kleinste stoeltje vertegenwoordigt Alfonso zelf; zij is schatplichtig aan de generaties voor haar. Door haar familiegeschiedenis zo visueel te presenteren, overgoten met een laag glimmende epoxy, verandert ze de functie van de alomtegenwoordige Monobloc. De stoel is niet langer een gebruiksvoorwerp bedoeld om op te zitten, maar een drager van familiegeschiedenis waar je niet omheen kunt.

‘De originele functie van de stoel bestaat niet meer’, zegt Alfonso. ‘Het is nu een object geworden waarover je vragen kunt stellen: wie is zichtbaar? Wie mag zitten? En hoe claim je een plek in de wereldgeschiedenis?’ Vooral die laatste vraag gaat Alfonso aan het hart. ‘Op mijn geschiedenis kun je niet zitten. Dit is onze plek, die kan niemand anders claimen. Ook wij, mijn voorouders en de Curaçaose gemeenschap, mogen ruimte innemen en verdienen aandacht.’

Lars Holm

Lars Holm, 'πuntMuts', 2026. Foto: Lars Holm
Lars Holm, 'πuntMuts', 2026. Foto: Lars Holm

In de werkplaats van Lars Holm worden hoeden gemaakt. Eén model in het bijzonder: de puntmuts. Ontleed je een puntmuts tot op de draad, dan ontdek je dat deze altijd is opgebouwd uit dezelfde wiskundige basisvormen: een cirkel met daarbovenop een kegel. Vanuit deze twee elementen creëerde Holm 24 verschillende puntmutsen, die gezamenlijk πuntMuts vormen.

De inspiratie voor het onderzoek naar de puntmuts komt voort uit Holms interesse in heksen. Hij dook in de geschiedenis van heksenjachten om te achterhalen waar het algemeen bekende beeld van ‘lelijke, groene, vliegende katteneigenaren’ vandaan komt. De belangrijkste vraag die hij daarbij wilde beantwoorden was: waarom dragen heksen puntmutsen?

De antwoorden die het onderzoek opleverde, vond Holm teleurstellend. ‘De heks’ bestaat niet. ‘Ons beeld van deze magische figuur is vooral gebaseerd op een mengelmoes van massahysterie’, legt hij uit. ‘Het is een opeenstapeling van betekenissen die door de eeuwen heen aan heksen zijn gegeven. Alle eigenschappen die men beangstigend vond, zijn aan heksen toegekend. Dat vond ik niet heel inspirerend om mee verder te gaan. In plaats daarvan heb ik de focus gelegd op de puntmuts en de vorm ervan. Het is als het ware een herontwikkeling van de puntmuts: alle mogelijke variaties – met punt, zonder punt, plat, hoog, breed, smal – heb ik uitgeprobeerd.’

De presentatie van πuntMuts is kenmerkend voor Holms artistieke praktijk. Hij ziet zichzelf als maker van gebruiksobjecten. Daarom presenteert hij geen eindproduct dat definitief af is, maar toont hij een atelier waar hij op elk moment weer aan de slag zou kunnen gaan. De hoeden worden in diverse stadia van voltooiing getoond. Sommige zijn helemaal af, terwijl voor andere alleen nog de mal is gemaakt.

Bij de naaimachine ligt een blaadje met tekst waarop Holm zijn keuze voor het materiaal toelicht. In de dichtstijl die Shakespeare in Macbeth gebruikt voor de passages van The Three Witches, beschrijft hij waarom hij kiest voor de meest synthetische soort vilt. Het wordt gemaakt van een magisch heksenbrouwsel van petroleum: ‘Double, double toil and trouble; / Frac away, petroleum bubble. / Spin it, twist it into threads, / A fabric to adorn our heads.’

Deze drie artikelen zijn gepubliceerd in de Eindexamenbijlage 2026 van Metropolis M nr. 4.